Editoriaal van Père Joseph Wresinski in Igloos nr. 117, "Le procès des pauvres dans l’Histoire".
Vier jaar lang is Marie-Claire Morel in de archieven van haar regio op zoek geweest naar levenstekenen van de partners die in de geschiedenis altijd afwezig zijn geweest: de allerarmsten. Geen enkel geschrift over hun denken, hun uitlatingen, de manier waarop sommigen van hen zich hebben kunnen identificeren met de essentie van de arbeidersstrijd... Afwezig zijn ook zij, die, ondanks alle vooroordelen, zich in alle tijden hebben geëngageerd aan de zijde van de allerarmsten, en gezocht hebben naar nieuwe vormen van relatie, ontmoeting en broederlijkheid. Laten wij hopen dat andere historici hiermee verder zullen gaan; want de Vierde Wereld, verborgen kant van de arbeiderswereld, heeft haar geschiedenis nodig om haar identiteit te bevestigen en haar plaats, haar betekenis, haar uitingen onder broeders terug te vinden. En wij moeten deze geschiedenis allemaal goed kennen om de oorsprong van de maatschappelijke uitsluiting van nù te begrijpen. Deze uitsluiting bestaat nog voort in ons gedrag, onze ideeën en zelfs in onze wetten: zo hebben wij immers onlangs nog ontdekt dat onder de niet verkiesbare personen voor de gemeenteraad diegenen voorkomen, die zijn vrijgesteld van bijdragen aan de gemeentelijke belastingen (wet van 30 juni 1975). Riekt dat niet erg naar het oude cijnsplichtige kiesstelsel, dat in de Franse Revolutie al is afgeschaft?
Gevallen van discriminatie tussen "goede" en "slechte" armen vinden wij uitvoerig beschreven in deze bladzijden: zij die recht hebben of niet op inschrijving in registers, zij die ingeschreven blijven bij een parochie en zij die als zwervend beschouwd worden, arbeidzame armen en zij die bekend staan als leeglopers en luiaards...
Maar is dat allemaal wel voorgoed voorbij? Zien wij in de huidige crisis niet een kijk op de armoede ontstaan die de neiging heeft onderscheid te maken tussen de "nieuwe, onvrijwillige, conjuncturele armen" en de "armen van alle tijden" die vermoedelijk bekend zijn omdat zij staan ingeschreven in het kaartsysteem van de kantoren van openbare en particuliere bijstand? De eersten verdienen belangstelling, terwijl de laatsten als last worden beschouwd, onder het voorwendsel dat zij geen zin hebben uit de armoede te komen. Zijn wij in 25 jaar strijd tijdens verscheidene politieke en ideologische regimes niet steeds weer gestoten op deze verleiding om degenen die het minst door de misère zijn vervormd uit te schiften, af te romen, "op te vissen": zo voorkom je makkelijk dat onze democratie weer in het geding komt...
Wij hebben ze gedwongen hun saamhorigheid op te geven door verdienstelijker te lijken dan de buurman. Opeenvolgende generaties van welgestelden en bevoorrechten hebben deze gezinnen, die ze beschouwden als uitzonderlijke gevallen, ongeacht hun aantal, altijd opgesloten in hulpverlening of onderdrukking.
Maar het ergste onrecht, de armen in de moderne wereld aangedaan, is, méér nog dan door de onwetendheid en de schaamte die hen eronder houden, dat men het leed dat zij te verduren hebben, ontdaan heeft van iedere politieke betekenis, zodat ze beroofd zijn van elke uitingsvorm in het openbaar.
Dank aan Marie-Claire Morel, ertoe te hebben bijgedragen dat de Vierde Wereld een deel van haar geschiedenis terugkrijgt en dat haar de muilkorf is afgedaan, die haar mond en geest snoerde, maar haar hart niet tot zwijgen kon brengen.
Vertaling:Henri van Rijn en Eugène Notermans.