Oproep van Père Joseph Wresinski,17 november 1977, Bijeenkomst van de beweging ATD Vierde Wereld in de zaal van de "Mutualité" in Parijs.
BEROEP OP DE MEDESTANDERS
Ik doe niet alleen een beroep op de Staat maar ook op alle burgers, want uiteindelijk bepalen zij de keuzes en de grote beleidslijnen van de samenleving. Geconfronteerd met uitsluiting maakt de Vierde Wereld ons duidelijk dat er een nieuw bondgenootschap gesmeed moet worden : tussen uitgeslotenen en niet-uitgeslotenen.
Een nieuw bondgenootschap dat de gegevens van de politiek, het denken van onze tijd, de geest van instellingen en wetten en het leven van de Kerken moet veranderen. We moeten dus een nieuw bondgenootschap sluiten met de Vierde Wereld zodat de zaak van degenen die door iedereen in de steek gelaten zijn weer overal verdedigd wordt. Maar om trouw te blijven aan dit bondgenootschap zullen we consequent moeten blijven in ons gevecht tegen iedere maatschappijvisie die de zwaksten uitsluit, en voor de deelname van de armsten op alle vlakken van het leven. Immers, consequent zijn betekent: je verzetten tegen alles wat een mens minderwaardig maakt en zijn uitsluiting veroorzaakt.
Dit gevecht moeten we in ons eigen gezin , in ons eigen milieu voeren, met het risiko dat we misschien moeten afzien van geruststellende ideeën en verworven voorrechten.
Dit gevecht voeren we vervolgens ook op de scholen van onze kinderen; daarmee laten we zien dat we het feit dat minder begaafde kinderen en kinderen die gebukt gaan onder de last van de ellende van hun famillie aan hun lot worden overgelaten.
Ons gevecht moet ook worden gevoerd in de bedrijven waar we ervoor zullen pleiten dat mensen die geen enkele beroepsopleiding hebben gekregen zullen worden aangenomen. In deze crisistijd zullen we ons ervoor inzetten dat zij niet als eersten zonder werk komen te zitten, zodat de solidaiteit onder werknemers ten volle in hun voordeel werkt.
Datzelfde gevecht zal ons ertoe brengen om in onze organisaties, in de groeperingen en clubs waarvan we deel uitmaken, ons in te zetten voor de minst bedeelden. We zullen het niet langer dulden dat de armsten ook maar ergens vergeten of veronachtzaamd worden. Ons lidmaatschap van politieke partijen zal ertoe bijdragen dat hun programma’s gaan streven naar een een samenleving zonder uitsluiting. Wij zullen de Staat ertoe brengen een programma op te stellen dat de uitgeslotenen verdedigt en hun rechten respecteert.
Laten zij die geloven, bewerkstelligen dat dankzij hun dynamiek en hun geloof onze Kerken de allerarmsten de eerste plaats geven. Waren deze Kerken door de eeuwen heen trouwens niet al plaatsen van gebed en verzet tegen oorlog, ellende, onwetendheid en overheersing door machthebbers en trotsen ? Mogen dankzij die gelovigen deze Kerken weer de plaats worden van de weerlozen, de onwetenden en de slachtoffers; de plaats van hun hoop, de plaats waar de machtigen gaan delen en hun rijkdom en macht opgeven, maar ook de plaats waar God duidelijk onderdrukking, onrecht en haat afwijst.
Onze strijd in de diverse bewegingen tegen oorlog en honger en voor de Rechten van de Mens komt die afwijzing van uitsluiting tegen, want deze laatste is in werkelijkheid niets anders dan de uiterste stap tegen de menselijke waardigheid en tegen het respect dat we hem verschuldigd zijn.
Als we kunnen, zullen we nog meer tijd besteden aan de strijd tegen onwetendheid binnen de Vierde Wereld, om haar aan te zetten tot lezen en schrijven, kennisvermeerdering, kunst, poëzie en muziek. Daarom sluiten wij, onderwijzers en jeugdleiders, ons aan bij hen die in de beweging straatbibliotheken en culturele centra leiden.
De sociologen, economen en psychologen onder ons nemen deel aan het onderzoek dat het Instituut van de beweging al zo’n vijftien jaar uitvoert om een echt wetenschappelijke kennis te ontwikkelen van de Vierde Wereld. De juristen onder ons versterken de comite’s ter verdediging van hun belangen en rechten. Volksvertegenwoordigers en mensen die in een of andere hoedanigheid verantwoordelijkheid dragen voor de solidariteit tussen de burgers kunnen zich volledig inzetten om de representatieve organen van de Vierde Wereld de plaats te geven die haar toekomt als sociale partners in de instellingen van de natie. Verpleegkundigen en artsen kunnen zich in ziekenhuizen en centra voor gezinsplanning belasten met de verdediging van de armste zieken. Schrijvers en journalisten kunnen een taalgebruik bevorderen dat ook toegankelijk is voor degenen die de minste scholing hebben. Zij wijzen alle vormen van uitsluiting af.
Wij allen, zonder uitzondering, kunnen en moeten onze financiele steun geven aan dit plan. We zullen allen het engagement van de beweging in ere houden door volledig konsekwent te zijn in onze aanklacht, onze zin voor rechtvaardigheid en onze liefde, en te kiezen voor een genadeloze strijd tegen de ellende, en alle situaties die mensen kleiner maken aan de kaak te stellen.
Zo zal onze campagne de wil worden van de gehele natie om de toestand waarin de allerarmsten verkeren te doen verdwijnen.
BEROEP OP DE PERMANENT WERKERS
Op jullie, volontairs van ATD, op jullie, permanent werkers van de beweging steunt de strijd voor de bevrijding van de Vierde Wereld, want jullie zijn de eersten die ermee begonnen bent. Zonder jullie zou het sub-proletariaat de huidige geschiedenis nooit zijn binnengetreden, de armste gezinnen zouden enkel “sociale gevallen” zijn of “probleem-gezinnen”. Julie hebben hoop gewekt in een wereld waarin zelfs geluk nog angst aanjoeg. Maar deze intrede van de Vierde Wereld in de geschiedenis heeft voor jullie verplichtingen geschapen waarvan de beweging zich nooit kan ontdoen zonder zichzelf te verloochenen.
Tegen alle tegenwerking, tegen de traagheid van de Staat, tegen het onbegrip van de instellingen, tegen de onverschilligheid van de publieke opinie, tegen de minachting van velen, en dat gedurende lange jaren, ja zelfs tegen de afwijzing van de Vierde Wereld zelf hebben jullie de beweging opgezet.
Thans komt de armste bevolkingsgroep overeind, ze vormt strijdbare leden uit haar eigen geledingen. Jullie rol jegens deze groep zal voortaan steeds politieker moeten zijn. Maar jullie zullen ook je steeds dieper in de groep van de nieuw uitgeslotenen moeten ingraven, steeds op zoek naar anderen die vergeten zijn. Het hoefddoel van de beweging blijft ook in de toekomst de vernietiging van de grootste armoede, het doet er niet toe onder welke vorm die zich presenteert. De beweging gaat door met de Vierde Wereld voor te bereiden op aansluiting bij de rest van de wereld.
Maar hoe kun je de onbekende bereiken ? Hoe kun je een samenleving bereiken wier geschiedenis ons nu juist van elkaar gescheiden heeft ?
Julie, volontairs van de beweging, blijven deze barst in de muur van de uitsluiting. Jullie zijn volwaardige burgers en jullie zijn bij de uitgeslotenen van jullie samenleving gaan leven, jullie hebben met hen het traject dus in omgekeerde volgorde afgelegd. Jullie gaan hiermee door met de nieuw uitgeslotenen tot er geen enkele meer overblijft.
Jullie hebben gekozen voor een lotsverbondenheid met het sub-proletariaat.
Jullie zijn en zullen ook in de toekomst zijn : getuigen in de bevolking zelf dat haar hoop niet vergeefs is, dat ze niet schuldig is, maar dat haar ervaring daarentegen waarde heeft voor ieder mens.
Jullie zijn en zullen zijn degenen die zich het dichtst bij het schandaal bevinden. Ook in de toekomst zullen jullie je compromiteren met zijn slachtoffers en alle ongeluk aan de kaak stellen, als het moet tegenover de Staat en de publieke opinie. Jullie moeten de medestanders rond de gehele Vierde Wereld samenbrengen, jullie moeten je vormen voor de strijd en voor de solidariteit, en aan de wereld overbrengen wat het volk van de ellende jullie geleerd heeft, wat hem verwondt en wat hem vooruit doet gaan.
Jullie zijn bakens. Jullie zijn degenen die nieuwe terreinen ontdekken waar ook actie gevoerd moet worden, en nieuwe strijdvormen. Jullie zijn de garantie dat de uitgeslotenen de eersten zullen zijn die profiteren van de veranderingen, en dat deze laatsten radikaal genoeg zullen zijn om niemand over te slaan.
Jullie moeten de garantie bieden dat de campagne konsekwent doorgevoerd wordt, en dat de armsten niet halverwege in de steek worden gelaten. Want wie anders kan de garantie bieden dat de Vierde-Wereld-op-weg al diegenen met zich mee zal voeren die door een verleden van ellende al veel te veel verzwakt zijn.
Door ons leven te verbinden aan de radikale strijd tegen de ellende zijn we en zullen we zijn : getuigen van een samenleving die solidair is met de allerarmsten. We hebben een contract voor het leven gesloten en we hebben de last, de risiko’s en alle onmogelijkheden ervan geaccepteerd, want het slagen van onze zaak ligt in de opkomst van dit volk, in het verdwijnen van onszelf om plaats te maken voor zijn leaders.
BEROEP OP DE MILITANTEN EN AFGEVAARDIGDEN VAN DE VIERDE WERELD
Nu richt ik me tot u, militanten en afgevaardigden van de Vierde Wereld. De afspraken die hier vanavond rond u en uw kinderen gemaakt worden betreffen u meer dan wie dan ook. De beweging heeft niets anders gedaan dan uw verzet tegen een leven zonder hoop voort te zetten, uw weigering om beschouwd te worden als onbestaand en nutteloos. Wat is de beweging immers anders dan de schreeuw van uw opstand, maar dan ook die van uw oproep.
Maar u weet wel dat niemand u zal bevrijden zonder u. U hebt al teveel ervaren in de steek gelaten te zijn. U weet dat de andere samenleving niet dezelfde belangen of dezelfde ideeën, noch dezelfde toekomstplannen heeft als u.
Daarom bent u zelf de eerste garantie van uw bevrijding; voor de verandering van uw leven bent u het eerst verantwoordelijk.
En verantwoordelijk zijn voor u, dat zal in de eeste plaats betekenen vorming en opleiding krijgen en bij elkaar komen om na te denken over het bestaan, om een school te eisen die aangepast is aan uw kinderen, en werk dat u onafhankelijk maakt en dat u en uw gezin een fatsoenlijk leven geeft, om ook een beroepsopleiding te eisen die toegankelijk is voor uw milieu alsmede de middelen in het vlak van cultuur en spiritualiteit.
U wilt immers dat uw gezinnen gerespecteerd worden en uw kinderen recht hebben op uw liefde, recht op de zekerheid dat ze door u worden opgevoed. Daarom moet ons doel voor de tien komende jaren zijn dat er geen analfabeten meer onder ons zullen zijn en dat geen enkel kind meer afwezig is op school of er mislukt.
We hebben zeker anderen daarvoor nodig, maar we kunnen er zelf ook wat aan doen. Zij die kunnen lezen en schrijven moeten hun buren leren lezen en schrijven; laat ieder van ons zich verantwoordelijk weten voor zijn eigen beroepsopleiding, maar ook voor die van zijn hele milieu. We gaan ons dus opgeven voor permanente vorming en laat onze oudere kinderen zich inschrijven voor een beroepsopleiding voor jong volwassenen.
Verantwoordelijk zijn, dat betekent ook lid worden van allerlei verenigingen: van gezinnen, van ouders van leerlingen, van huurders, en ook vakbonden en politieke partijen. Ook U hebt het recht te vechten voor rechtvaardigheid, vrede en Mensenrechten.
Verantwoordelijk zijn, dat is deelnemen aan de wezenlijke gevechten van de mensheid. In deze gevechten zult u gelijkwaardig zijn als de anderen en hun de strijd tegen ellende opleggen.
Wij kunnen geen uitzonderlijke kennis meebrengen, geen goud of zilver, maar wij hebben wat anderen niet hebben en wat ze moeten leren kennen : onze ervaring met uitsluiting.
Beter dan wie dan ook weten wij werkelijk wat vrijheid is, wij die altijd onder de betutteling en de afhankelijkheid van anderen hebben geleefd.
Van de gelijkheid kennen we het ontbreken, wij die altijd als minderen zijn behandeld en als nutteloze parasieten. De eer mens te zijn, daar kennen we de prijs van, wij die de last van de minachting moeten dragen. We hebben alles ervaren wat een mens, een gezin en een milieu vernedert en laat lijden, en als we ons aansluiten bij andere vormen van strijd, dan is het om hen opmerkzaam te maken op de mensen die op de allerlaatste trap van leed, van verplettering, van ongeluk en wanhoop beland zijn.
CONCLUSIE
Ik nodig u dus uit vandaag een bondgenootschap te sluiten tussen de Vierde Wereld en de samenleving, een bondgenootschap tussen uitgeslotenen en niet-uitgeslotenen, een bondgenootschap dat de relaties tussen de mensen, de politiek, het denken van onze tijd moet veranderen. Ik vraag u vandaag een echte overeenkomst met elkaar aan te gaan, een overeenkomst tussen de Vierde Wereld, de Staat en de burgers.
De inzet van deze overeenkomst is het opzetten van een democratie die van haar onrecht jegens de armsten in het verleden geleerd heeft en hun hun verantwoordelijkheden als burgers teruggeeft.