De armsten, medeverantwoordelijk voor de toekomst van de wereld

Ik denk aan families in het Zuiden van de Sahara die van hun dorpen vervreemd zijn. Extreme armoede heeft hen gedwongen om de paden, weggetjes, asfaltwegen op te gaan. Ze hebben zich vervolgens aan de rand van de stad geïnstalleerd, zonder mogelijkheid zich er te vestigen. Ze kunnen hun verantwoordelijkheden en hun gewoonterecht niet uitoefenen, die ze nodig hebben om met hun arbeid te overleven. Ze kunnen ook hun kinderen niet beschermen met een woning en een traditionele opvoeding.
Deze families kunnen er geen nieuw sociaal of gemeenschapsleven opbouwen en zijn niet alleen arm. Ze bevinden zich in een situatie van extreme armoede, die hen van ieder ontwikkelingsprogramma uitsluit. En zodra de verstedelijking de buitenwijken bereikt, moeten ze het veld ruimen. Want ze kunnen geen verantwoordelijkheden of rechten uitoefenen. Ze zijn te verzwakt om beroep te doen op de middelen die de stedelijke ontwikkeling biedt. Ze hebben part noch deel aan de veranderingen, aan de nieuwe voordelen die die ontwikkeling meebrengt.

Ik denk aan mannen, vrouwen en jongeren in geïndustrialiseerde landen die blootgesteld zijn aan langdurige werkloosheid. Ze beschikken niet over een beroepskwalificatie en over noemenswaardige fysieke en sociale reserves. Daarom zijn ze aangewezen op hulpverlening. Deze families hebben geen behoorlijk onderdak; ze kunnen hun schoolgaande kinderen niet helpen. Geen enkele beroepsopleiding gericht op de toekomstige arbeidsmarkt kan hen echt bereiken. In geïndustrialiseerde landen kunnen de armsten evenmin hun verantwoordelijkheden nemen als ouders en hun rechten als arbeiders of hun burgerrechten uitoefenen. Ze tellen evenmin mee in onze samenleving van informatica en communicatie, maar enkel als hulpbehoevende.

Ik denk aan kinderen, jongeren die in sommige steden van Latijns Amerika in een situatie van extreme armoede op straat leven. Ze kennen geen traditioneel of ander gezinsleven. Ze ontvangen niet het onderricht over hun cultuur of toekomstige verantwoordelijkheden, dat hun families of hun omgeving hen onder normale omstandigheden zou verstrekken. Zo zijn er overal in de wereld personen, families, bevolkingsgroepen die in een situatie van extreme armoede moeten leven. En ze dragen daarom geen enkele verantwoordelijkheid voor het sociaal-economische, culturele en politieke leven van hun land. Zo kunnen ze ook niet meewerken aan de verdere ontwikkeling daarvan. Degenen die daar niet aan bijdragen, zullen er op de duur ook geen voordeel van hebben of nieuwe rechten verwerven. De sociaal-economische vooruitgang waaraan de anderen deelnemen, zal de vicieuze cirkel van de armoede, die hen opsluit, niet doorbreken.

Dat is nu de uitdaging van de Rechten van de Mens. Onder welke voorwaarden kunnen deze families en bevolkingsgroepen zich verantwoordelijk voelen voor zichzelf, voor hun gezin, medeverantwoordelijk zijn voor de toekomst van de nationale en internationale gemeenschap, zoals dat zou moeten? Ze zullen daartoe in staat zijn, als wij – buiten alles wat ons kan verdelen – verder komen in ons streven om onze handen in een te slaan, onze harten en intelligentie samen te brengen ten gunste van de families en kinderen die tot nu toe het meest in de steek gelaten worden.
Ze zijn ertoe in staat, als wij hen als personen en families van deze tijd beschouwen, die over ervaringen van de laatste jaren van de 20e eeuw beschikken, die ze ons absoluut moeten overbrengen.

Ze kunnen dat, als wij op die manier erkennen dat ze denkbeelden hebben over de hedendaagse maatschappij en hun tijdgenoten.
Ze kunnen dat als wij hen serieus nemen, als we ervan uitgaan dat ze aan hun kinderen een toekomst willen geven, en aan alle kinderen die de 21e eeuw gaan meemaken.

Op die voorwaarde zullen ze ons dan onontbeerlijke kennis bijbrengen, hun kennis van de universaliteit en de ondeelbaarheid van de Rechten van de Mens.

1 Reactie Geef een reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *