In deze tijd rond Kerstmis

In mijn kindertijd, van mijn vierde tot mijn dertiende jaar, ging ik iedere dag na schooltijd rond twaalf uur naar het klooster van de Goede Herder om soep, brood, groenten en soms vlees te halen. De zusters gaven het ons, omdat ik misdienaar was.

De kinderen uit de buurt noemden me soms het ventje van de soep van de nonnen. En ik raakte slaags met ze, als ze mijn moeder ervan beschuldigden dat ze niet kon koken.

Wij woonden in een oude smidse, die met behulp van planken opgesplitst was in kamertjes. ‘s Winters vanaf 3 uur en zomers vanaf 6, 7 uur was er geen licht meer in de keukenruimte.

We woonden in een krot. De mensen dorsten niet bij ons te komen of kwamen alleen om schoenen en kleding af te geven. En mijn moeder haastte zich dan om hen daarvoor te bedanken, zelfs als ze die spullen helemaal niet nodig had.

We leefden in schrijnende armoede, maar in die periode van mijn leven waren er momenten dat we echt gelukkig waren. Dat was rond Kerstmis. Ik weet niet wie van ons de eerste kerststal heeft gemaakt. Maar ieder jaar was die stal een plek waar alle kinderen en zelfs de ouders uit de buurt naar toekwamen. Ieder jaar maakten we nieuwe figuren. Onze kerststal breidde zich uit. Wij, de armste familie, hadden iets te bieden dat iedereen in de buurt gelukkig maakte, en het was de komst van het kerstkind.

Rond Kerstmis zetten we de kerststal in wat we ‘het kleine kamertje’ noemden. Het was een hokje waar we gewoonlijk sliepen. Er was maar één raam dat uitzag op de straat. Daardoor konden de voorbijgangers de kerststal bewonderen. Dankzij de kerststal stegen we in aanzien en we waren er trots op. Wij droegen ertoe bij kinderen gelukkig te maken of ze nu rijk of arm waren. Waarom komt deze kerststal in die tijden van soep en voedselbank, van overschotten en werkloosheid in mijn herinnering terug?

Ik geloof omdat, als iedere schaamte eenmaal overwonnen is, kinderen vreugde kunnen scheppen. Ze kunnen ons, volwassenen, eraan herinneren dat we er niet in slagen om vrede en rechtvaardigheid tot stand te brengen, dat uitgedeelde spullen of dingen de bestaande ellende niet wegnemen. Ze tonen ons dat rechtvaardigheid alleen tot stand komt dankzij mensen van wie we de oprechtheid niet in twijfel kunnen trekken. En vooral kinderen hebben die oprechtheid. Daarom delen ze geen lessen uit, maar geven een voorbeeld in deze tijd van Kerstmis.

1 Reactie Geef een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *