Wie zal de steen wegrollen ?

Tijdens deze winter
waar geen einde aan leek te komen,
dacht ik aan het komende jaar
dat slecht begon
voor de kinderen in achterbuurten en krotwoningen,
voor de kinderen van de Vierde Wereld.

Het nieuwe jaar begon slecht
omdat alles zich tegen hen keerde:
bij sommigen was er brand uitgebroken in huis;
hun ouders waren werkloos
en aan het eind van hun krachten;
het was koud in de huizen zonder verwarming
en donker in de woningen zonder elektriciteit.

Het nieuwe jaar begon slecht
omdat ze dreigden hun schooljaar te verliezen.
De scholen wilden hen immers
niet behandelen als andere kinderen.
“Ze zijn gehandicapt”, zeiden ze.
Ze mochten niet meedoen aan projecten
die iets hadden kunnen veranderen
aan hun leven en dat van hun familie.
Ongetwijfeld kwam dat door de angst.
Angst, omdat het een schande is
voor de staat en haar burgers
dat nog steeds honderdduizenden kinderen
van school afkomen,
zonder dat ze kunnen lezen of schrijven.
De mensen beweren
dat ze aan die honderdduizenden kinderen
geen toekomst verschuldigd zijn.

En toch hadden deze kinderen het
over een school temidden van bloemen en groen,
een droomschool
met daarboven als een brug een reusachtige regenboog.
Ze droomden van kinderen die, twee aan twee,
lachend, springend en dansend naar school gingen.
Zij vertelden ons wat solidariteit is,
terwijl die hun door de scholen werd geweigerd.

“Ik moet voor mijn zieke broertje zorgen.”
“Ik moet het werk van mijn moeder overnemen.”
“Ik moet wat geld zien te verdienen.”
“Ik moet blijven lachen, ook al heb ik geen zin.”
“Ik moet zingen,
om mijn moeder en mijn broertje blij te maken.”

Ze gaven ons lessen in solidariteit
door te delen wat ze hadden:
de ene brood, de andere een stukje chocolade,
nog een andere zijn sjaal…
Omdat ze niet begrepen werden door volwassenen,
gebruikten ze hun verbeeldingskracht
en vonden allerlei middeltjes uit
om blij en gelukkig te zijn, ondanks alles:

“We hebben een woning gekregen, weet je,
die veel te klein is voor ons allemaal.
De concierge wil niet dat we er gaan wonen.
Dus sturen we ons zusje naar de winterkolonie,
dan zijn we maar met vier.
En mama heeft me een geheimpje verteld:
‘We stoppen je broertje in een zak
en nemen hem zo stiekem mee naar binnen,
zodat niemand hem kan zien,
dan zijn we allemaal gelukkig.’
Mama heeft gelijk,
en als mijn zusje tergkomt,
kan de concierge ook niets zeggen
omdat hij ons dan allemaal samen ziet.”

Dat kind in de zak doet me denken aan Hem
die voor het heil van alle mensen
in een lijkwade werd gewikkeld.
En ik vroeg mezelf af:
Wie zal de steen wegrollen
die de armen gevangen houdt ?
Wie zal solidair genoeg zijn
om de banden te verbreken
die hun liefdeskracht geboeid houdt ?

We vieren het internationale Jaar van het Kind
en Paasmorgen nadert…

1 Reactie Geef een reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *