Nabijheid en afstand

« Tegenover armoede moet er tegelijkertijd nabijheid en afstand zijn. Nabijheid omdat de armen onze gemeenschappelijke noemer zijn, dat wat ons bijeenbrengt, onze reden van bestaan. Afstand, voorzover zij ons voordurend moeten laten vooruit gaan in wat wij zijn, namelijk onszelf. De beweging heeft de uitzonderlijke kans zowel te maken te hebben met mensen die lijden als met een volk dat op weg is, en ons dwingt verder te gaan.

De mensen beletten ons dat we het volk tot een voorwerp vans strijd, een voorwendsel en een alibi maken. Ze dwingen ons, in hun tempo te leven, hun hartslag, hun hoop en hun denken tot de onze te maken. Terwijl het volk ons dwingt, onszelf te blijven, mannen en vrouwen tot wie het kan zegen : « Jullie kunnen doen wat je wilt, maar jullie zullen er nooit iets van snappen, omdat jullie niet beleefd hebben wat wij beleven ». Kon het volk ons dat niet zeggen, dan zou niets ons verplichten het woord aan dat volk te geven. »

1 Reactie Geef een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *