Na het Wresinski-colloquium 2017: aandachtspunten voor de toekomst

TERUGBLIK OP HET COLLOQUIUM  ‘ARMOEDE DOET ONS ANDERS NADENKEN OVER DE WERELD.’

Van bij haar ontstaan voert de internationale beweging ATD Vierde Wereld tegelijk een intellectuele strijd en acties op het terrein. Het ATD-colloquium in juni 2017 verzamelde academici,  werkers uit de armoedebestrijding en ervaringsdeskundigen rond de vraag: hoe doet de armoede ons anders nadenken over kennis, actie en gemeenschap?

De organisatoren van het colloquium steunden op de weinig gekende visie van Joseph Wresinski, die zonder aarzeling de extreme hardheid van de armoede erkende, en daarbij bleef vertrouwen op de intelligentie en het goede hart van mensen in armoede.

Over de armoede wordt zelden gesproken met degenen die ze zelf beleven. Veel theorieën en verklaringen kunnen daarom kwetsen of een gesprek onmogelijk maken.  In het colloquium konden deelnemers in vrijheid spreken en over alles nadenken, afzonderlijk en samen. Wie in armoede leeft, kan zelden scherpe analyses stellen en van de andere kant ontzegt men vaak een academicus het recht over armoede te spreken.

Tijdens het colloquium boden de verschillende meningen elkaar wederkerig geloofwaardigheid.

NA 2017: WERKPUNTEN VOOR DE TOEKOMST
In hun slotwoord noemden Bruno Dabout en Isabelle Perrin van het internationale ATD-leidingsteam volgende onderwerpen voor analyse en actie in de toekomst:

a. Zich niet langer schuldig voelen maar weten dat men een slachtoffer is dat weerstand kan bieden. Nelly Schenker, ervaringsdeskundige, sprak in dat verband over het, met de beste bedoeling, verplicht uit huis plaatsen van kinderen in Zwitserland: “Waarom hebben wij, ouders, gezwegen? Omdat men ons toch niet zou geloven. We dreigden tweemaal schuldig te zijn: enerzijds omdat we het moesten meemaken en anderzijds omdat we het durfden te vertellen. Wij willen niet het proces maken van de verplichte plaatsing maar wel dat van de armoede.”.
Evelyne de Mevius, een filosofe die de Armeense genocide bestudeerde, wees op de grenzen van de erkenning van het slachtofferstatuut. Het symbolische goedmaken door een vraag tot vergeving en een financiële tegemoetkoming zijn een eerste stap. Maar dat volstaat niet. Het is enkel door het gezamenlijk formuleren van politieke doelstellingen dat de slachtoffers mede-actoren worden. Door die erkenning overstijgt men het statuut van slachtoffer en wordt men een weerstander.

b. Begrijpen waarom hulp aan mensen in armoede in wezen een straf is. Hulp die gepaard gaat met sociale controle helpt mensen niet hun leven in handen te nemen.
“Het echte doel is straffen, niet helpen.” De filosoof Pierre Dumouchel onderstreept dat men altijd materiële oorzaken zoekt voor de extreme armoede terwijl het eigenlijk in de eerste plaats gaat om sociale relaties. Instellingen verlenen hulp maar stellen meteen ook grenzen en leggen controles op uit vrees dat de arme zich met zijn situatie zou verzoenen. Wie in armoede leeft, moet er iets aan doen maar zodra hij dat doet, wordt de hulp hem ontnomen. Dat doet ons anders nadenken over het gevaarlijke onderscheid tussen goede en slechte armen dat onze samenleving maakt.

c. Inzien dat sociale uitsluiting de mensen in armoede verbiedt iets te kunnen schenken. De socioloog Alain Caillé wijst erop dat de mens in de eerste plaats een wezen is met behoeften en een sterke hunkering naar erkenning en dankbaarheid. Hij beschrijft relaties vertrekkend van geven, vragen, ontvangen en in de plaats geven. Iedere mens heeft behoefte iets te krijgen maar wenst ook als schenker erkend te worden. Het verbod iets te schenken, houdt iemand gevangen in de armoede. Alain Caillé heeft waardering voor de wil van Joseph Wresinski mensen in armoede schenker te laten zijn. Wresinski heeft ons geleerd de giften van mensen in armoede te waarderen en hen de ruimte te geven zich als schenker te bewijzen. Alain Caillé en Philippe Chanial leren ons Joseph Wresinski zien als een man die nadenkt over de actie.

d. De poëzie van de actie inzien. Er is poëzie in de actie als ze ontstaat uit handelingen van degenen van wie men de daden altijd als onbeduidend afdoet/bekijkt.

e. Anticiperen op de toename van uitsluitingen. De wereld doet ons geloven dat hij niet iedereen nodig heeft, dat hij zelfs steeds minder iedereen zal nodig hebben.

f. Een kritisch verhaal van samenwerking schrijven. Vooral schrijven over gedeelde verantwoordelijkheid niet over de winnaars noch over de wrok.

g. Nadenken over een humane, humanistische en humaniserende opvoeding. Een opvoeding met evenveel plaats voor de gerechtigheid van het hart als voor de gerechtigheid van de wet.

h. Mensen in de grootste armoede aanvaarden als getuigen van onze eerlijkheid.  Als we de mensen in grootste armoede aanvaarden als getuigen van onze eerlijkheid, kunnen zij een mogelijk ontmoetingspunt zijn voor alle culturen van deze wereld?

i. De besluiten van dit colloquium overbrengen naar de mensen in armoede: De ervaringsdeskundige Marie Jarhling, is zelf losgekomen van de armoede en samen met Joseph Wresinski een van de medestichters van ATD Vierde Wereld. Ze vertelde dat ze veel heeft geleerd heeft over de aspecten van de filosofie van Wresinski, die revolutionair is en vol hoop zit. Haar grootste wens is dat ook andere mensen in armoede kracht mogen putten uit dit colloquium.

Alle toespraken van bovengenoemde personen werden gefilmd en zijn te vinden en te bekijken in het Frans , Spaans of Engels .

Vertaling en bewerking  Jacques Vanderstappen en Katia Mercelis-Delisse, januari 2018

1 Reactie Geef een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.